groote verdeeldheid.
In den loop van de volgende eeuw overmeesterde het Byzantijnsche rijk, nadat het 't nu verzwakte Bulgarije onderworpen had, ook Rashka, waarvan de Groot Djoupan vluchtte. De regent van Zetta, Stephen Vo?slav (1034-1051) zoon van Dragomir, Djoupan van Trebinye, maakte van de gelegenheid gebruik om zich onafhankelijk te verklaren van zijn leenheer, den Groot Djoupan van Rashka, en eigende zich Zahoumlije (Herzegowina) en eenige andere streken toe. Zijn zoon, Michaylo, (1053-1081) slaagde er verder in Rashka onder zijn bewind te brengen en verkreeg in het jaar 1077 den koningstitel (rex Sclavorum) van paus Gregorius VII. Onder de regeering van koning Bodin, den zoon van Michaylo, werd het Servi? van Tchaslav hersteld, bovendien werd nu Bosni? aan zijn rijk toegevoegd. Maar na den dood van Bodin heerschte weer de oude wanorde, voornamelijk wijl verschillende pretendenten naar den troon dongen.
Onderlinge strijd.
De onderlinge strijd tusschen de leden van de regeerende families is een der karakteristieke verschijnselen, die de geheele geschiedenis van Servi? door is waar te nemen. Terwijl de krachten verspild worden in den strijd voor persoonlijke belangen, en met alle, geoorloofde zoowel als ongeoorloofde, middelen er naar gestreefd wordt aan de persoonlijke eerzucht te voldoen, werden de nationale belangen verwaarloosd. Dit is in alle tijden de groote hinderpaal geweest, waarop de vorming van een Servischen staat als politieke eenheid voortdurend afstuitte--hoe dikwijls door verschillende regenten ook pogingen werden aangewend om dit doel te bereiken.
In 1169 kwam het bewind in handen van een dynastie, die gedurende meer dan twee eeuwen (1169-1372) Servi? binnen steeds veranderende grenzen regeerde. De grondlegger er van was de beroemde Groot Djoupan Stephan Nemanya (1169-1196) die door den Byzantijnschen keizer tot Hertog van Servi? (Groot Djoupan) werd verheven, nadat hij een revolutie had geleid, waarvan het resultaat gunstig was voor zijn aanspraken. Door zijn dapperheid en wijsheid slaagde hij er niet alleen in de provincies te vereenigen, die zijn voorgangers hadden bezeten, maar ook er sommige aan toe te voegen, welke nooit Servisch waren geweest. Hij zette Ban Koulin, een bondgenoot, op den troon van Bosni?. Verder bevestigde hij den orthodoxen godsdienst in zijn staat door het bouwen van een aantal kerken en kloosters en door de verbanning van kettersche Bogoumils [9]. Wijl hij de zwakte van den ouderdom voelde naderen en mede om zijn volk een nieuw bewijs te geven van zijn godsdienstzin, abdiceerde de bejaarde Nemanya in 1196 ten gunste van zijn bekwamen tweeden zoon Stephanus en trok zich in een klooster terug. Bij zijn troonsbestijging in het jaar 1217 nam Stephanus den titel aan van koning van Servi?.
Toen de kruisvaarders Constantinopel veroverden, werd Sava, Stephanus' jongste broer, door den Griekschen patriarch aan het hoofd gesteld van de Grieksche kerk in Servi? (1219), hij was de eerste Servische aartsbisschop.
Stephanus werd opgevolgd door zijn zoon Radoslav( 1223-1233), die onttroond werd door zijn broeder Vladislav (1233-1242), welke op zijn beurt van den troon werd gestooten door zijn derden broer Ourosh de Groote (1242-1276).
Ourosh vergrootte zijn gebied en verhoogde Servi?rs aanzien in het buitenland. Hij werd onttroond door zijn zoon Dragoutin (1276-1281), die na een veldslag tegen de Grieken verloren te hebben, afstand deed tengunste van een jongeren broeder Miloutin (1288-1321). Voor zich zelf behield hij echter een provincie in het Noorden van den Staat. Spoedig daarna ontving Dragoutin van zijn schoonmoeder, de koningin van Hongarije, de landen tusschen de Donau, Save en de Drina. Hij nam toen den titel aan van koning van Sirmi?. Nog bij zijn leven schonk Dragoutin zijn troon en een deel van zijn landen aan Miloutin; een ander deel kwam weer onder de heerschappij van den koning van Hongarije. Miloutin wordt beschouwd als een der merkwaardigste afstammelingen van Nemanya. Na zijn dood heerschte er de gewone oneenigheden over de troonsopvolging. De orde werd hersteld door Miloutins zoon Stephanus Detchanski (1321-1331), die de Bulgaren versloeg in den beroemden slag van Velbouzd en geheel Bulgarije onderwierp. Het bleef een provincie van Servi?, totdat de Ottomaansche horden beide overweldigden.
Doushan de Machtige.
Stephanus Detchanski werd onttroond door zijn zoon Doushan den Machtige (1331-1355), de uitstekendste en meest roemrijke van alle Servische vorsten. Hij streefde er naar het geheele Balkanschiereiland aan zich te onderwerpen. Nadat hij er in geslaagd was het geheele Byzantijnsche keizerrijk, uitgenomen Constantinopel, te veroveren, riep hij zich zelf, in overleg met de Vlastela (Vergadering van Edelen), tot tsaar van Servi? uit. Hij verhief het Servische aartsbisdom tot den rang van patriarchaat. Geheel Albani? en een deel van Griekenland onderwierp hij; ook Bulgarije was een zijner vazalstaten. Door zijn ontijdigen dood (eenige geschiedschrijvers beweren, dat hij vergiftigd is door zijn eigen ministers) was het hem niet vergund zijn grootsche plannen te verwezelijken. Onder de regeering van zijn jongen zoon Ourosh (1355-1371) ging bijna al wat hij gewrocht had weer te niet, tengevolge van de onverzadigbare begeerigheid der machtige edelen, die daarmee den weg effenden voor den Ottomaanschen

Continue reading on your phone by scaning this QR Code
Tip: The current page has been bookmarked automatically. If you wish to continue reading later, just open the
Dertz Homepage, and click on the 'continue reading' link at the bottom of the page.