inval. Onder hen, die opstonden tegen den nieuwen tsaar, was koning Voukashin. Met zijn broer en eenige andere edelen regeerde hij bijna als een onafhankelijk vorst over het geheele gebied rondom Prizrend tot het zuiden van den Shar dagh [10]. Koning Voukashin en zijn broeder werden in een slag tegen de Turken aan de oevers van de rivier de Maritza(1371) verslagen en al de Servische landen ten Zuiden van Skoplye (��sk��b) werden bezet door de Turken.
De koninklijke Prins Marko.
In hetzelfde jaar stierf tsaar Ourosh, en Marko, de oudste zoon van koning Voukashin, de nationale held, van wien wij herhaaldelijk in dit boek zullen hooren, riep zich zelf tot koning over de Servi?rs uit. Maar de Vlastela en de geestelijkheid erkenden hem niet. Zij verkozen in 1371 Knez [11] (later tsaar) Lazarus, een bloedverwant van tsaar Doushan den Machtige, tot regent van Servi?, en Marko, wiens vorstendom Prilip een vazalstaat van den sultan was geworden, hielp de Turken in hun veldtochten tegen de Christenen. In het jaar 1399 vond hij den dood in den slag van Rovina in Roemeni?; er wordt van hem gezegd, dat hij deze gedenkwaardige woorden heeft gesproken: "Dat God de overwinning aan de Christenen geve, al moet ik ook onder de eersten zijn, die omkomen!"
Het Servische volk gelooft, gelijk wij zullen zien, dat hij niet stierf, maar zelfs nu nog leeft.
Prins Lazarus regeerde van 1371 tot 1389 en gedurende zijn regeering sloot hij een verbond met den Ban [12] Tvrtko van Bosni? tegen de Turken. Ban Tvrtko riep zich zelf uit tot koning van Bosni? en beproefde zijn macht uit te breiden in Hongarije, terwijl prins Lazarus, bijgestaan door een aantal Servische vorsten, zich gereed maakte voor een grooten oorlog tegen de Turken. Maar sultan Amourath, op de hoogte gebracht van Lazarus' bedoelingen, viel op 15 Juni 1389 op de vlakte van Kossovo onverwacht de Servi?rs aan. In dezen slag werd aan beide zijden verwoed gevochten en toen de zon haar middaghoogte had bereikt, scheen het, of het krijgsgeluk den Servischen wapenen gunstig zou zijn.
Het verraad van Brankovitch.
Er was echter verraad in het Servische kamp. Vook (Wolf) Brankovitch, een van de groote heeren, die het bevel voerde over een vleugel van het Servische leger, was lang naijverig op zijn vorst geweest. Eenige geschiedschrijvers verhalen, dat Sultan Amourath er in slaagde hem over te halen zijn heer te verraden door de belofte, dat hij onder het opperbestuur van den sultan de kroon van Servi? zou dragen. Op een kritiek oogenblik in den slag wendde de verrader zijn paard om en vluchtte van het slagveld, gevolgd door zijn 12.000 man sterke troepenmacht, die meende, dat dit een krijgslist was om de Turken te misleiden. Daardoor kwamen de Servi?rs zeer in het nadeel en toen later op den dag de Turken versterkt werden door nieuwe troepen onder bevel van des Sultans zoon Bajazet, was de Turksche overwinning volkomen. Prins Lazarus werd gevangen genomen en onthoofd; de sultan zelf kwam om door de hand van den Servischen vo?vode [13] Milosh Obilitch.
Niettegenstaande de ramp, waarin Brankovitch ook omkwam, werden de Servi?rs niet door de Turken onderworpen, dank zij de wijsheid en dapperheid van den zoon van Lazarus, Stephanus Lazarevitch (1389-1457). Zijn neef, Dyourady Brankovitch (1427-1456), streed ook heldhaftig, maar voet voor voet werd zijn staat door de Turken veroverd.
Het eindsucces van de Turken.
Na den dood van Dyourady konden de Servische edelen het niet eens worden over zijn opvolger, en in de troebelen, die er uit voortsproten, slaagden de Turken er ten slotte in de verovering van Servi? te voltooien, welke tenslotte in 1459 een feit werd. Zij stelden zichzelf tot taak de Servische boerenbevolking in Bosni? te bewegen den eed van trouw aan den Sultan af te leggen onder voorspiegeling van toekomstigen voorspoed en hierin slaagden zij onder de regeering van den koning van Bosni?, Stephanus Tomashevitch, die tevergeefs beproefde hulp van den paus te verkrijgen. De onderwerping van Bosni? was een voldongen feit in 1463 en die van Herzegowina volgde in 1482.
Een Albanisch bevelhebber van Servischen oorsprong, George Kastriotovitch-Skander-Beg (1443-1468) streed met succes en met grooten heldenmoed voor de vrijheid van Albani?.
De Turken maakten zich echter van dit land meester, zooals zij het voor en na van alle Servische landen deden met uitzondering van Montenegro, dat zij nooit konden onderwerpen, gedeeltelijk door den onvergelijkelijken heldenmoed van de dapperste Servi?rs--wien het onmogelijk was onder Turksche heerschappij te leven--en gedeeltelijk door de ontoegankelijkheid van hun bergachtig land. Menige adellijke Servische familie vond een veilige toevlucht in dat land der vrije bergbewoners, nog meer gingen naar Ragusa of zochten bescherming bij de christelijke vorsten van Walachije en Moldavi?. De wreede en heerschzuchtige Turksche regeering dwong duizenden families naar Hongarije te verhuizen en de afstammelingen van deze lieden worden tegenwoordig nog gevonden in Batchka, Banaat, Sirmi? en Croati?. Zij, die in Servi? bleven, werden of
Tip: The current page has been bookmarked automatically. If you wish to continue reading later, just open the
Dertz Homepage, and click on the 'continue reading' link at the bottom of the page.