Wat er te zien valt in Armenië | Page 7

Noel Dolens
eens een kleine aansporing ontvangen, zullen zij, zoolang de wereld bestaat, blijven voortgaan, met langzamen tred hun kameelen te vergezellen, het land te bebouwen met hun zware ploegen van assyrisch model, hun voorvaderlijk nomadenleven getrouw te blijven, en den vreemdeling geen andere schuilplaats aan te bieden, dan een stal, waar menschen en dieren zijn opeengedrongen, en geen ander voedsel, dan yogourt (gestremde melk) en eieren. In de steden kunnen zij onze kleederdracht en manieren na?pen; maar hun traagheid en hebzucht blijven onveranderd. Toch zijn ook zij voor ontwikkeling vatbaar, en zouden door gedurige aansporing een ijverig, rechtschapen en verstandig volk kunnen worden, ook zonder dat zij zich daarom behoefden te onttrekken aan de turksche heerschappij.
In een streek, waar het klimaat zoo afwisselend is, als in Armeni?, kan men verwachten, de meest uiteenloopende voortbrengselen van den bodem aan te treffen. Op dit punt vertoont het land overeenkomst met Frankrijk; maar er is toch nog grooter onderscheid tusschen de dadels van Diarbekir, de tabak van Mouch en de kusten der Zwarte Zee, en de beetwortels van Erzeroem, dan tusschen de producten van Provence en onze Noordelijke provinci?n. Armeni?, Georgi?, en het Noorden van Perzi? zijn het oorspronkelijk vaderland van de meeste onzer vruchtboomen. Peren en appelen; perziken en abrikozen, kersen en pruimen, druiven en kornoeljes vindt men hier in rijken overvloed, waar de zon maar schijnt. Behalve het Zuiden leveren ook vele plaatsen in het gebergte de heerlijkste vruchten op, en deze zouden zelfs op de zeer hoog gelegen vlakten wel kunnen worden gekweekt; maar hiertoe zou een mate van zorg vereischt worden, die de bewoners niet geneigd zijn, aan eenigen arbeid te besteden. Zij stellen zich tevreden, met te verzamelen, wat de natuur hun wel wil schenken. Als zij in de gunstig gelegen districten zich de moeite wilden getroosten, de soorten te verbeteren, zouden zij alle mogelijke vari?teiten kunnen verkrijgen; maar het ontbreekt hun ten eenenmale aan initiatief. Behalve de genoemde vruchten vindt men hier ook veel meloenen, watermeloenen, kwee?n, en zelfs chinaasappelen. Verder worden ma?s en rijst verbouwd, en de moerbeiboom gekweekt, waarvan de bladeren tot voedsel dienen voor zijdewormen, en de vruchten versch worden gegeten, of ook wel geconfijt om er een lekkernij van te bereiden uit moerbeiengelei en notenpitten, terwijl zij ook gebruikt worden voor de bereiding van raki, een sterke likeur. Uit hun druiven weten zij echter geen goeden wijn te bereiden. Die van Kharpoet is zuur en slecht, wat weder niet het geval behoefde te zijn, indien men bij de bereiding op europeesche wijze te werk ging. Aan groenten is groot gebrek. Drie kwart van Armeni? moet het daar zonder zien te stellen. Zelfs in de groote steden eet men noch aardappelen, noch wortelen, en onze overige groenten, zooals bloemkool, schorseneren, prei, asperges, zijn er geheel onbekend.
De bewoners zouden ze trouwens misschien ook niet weten te waardeeren. Op straat ziet men dikwijls net gekleede heeren, met keurige boorden en dassen, uit alle macht kauwen op rauwe kool, rauwe rapen en wortelen en allerlei wilde planten. Toch zouden in de meeste streken al onze groenten kunnen verbouwd worden; 't geen reeds is gebleken uit de met goeden uitslag bekroonde pogingen van enkele stedelingen, die echter geen navolging vonden. Men zou oneindig meer voordeel kunnen trekken uit de vele voortbrengselen, die het land oplevert, indien hier in deze hoogvlakten fabrieken werden gebouwd, en de vruchtenteelt in het groot werd ondernomen. Armeni? zou onder ander beheer een rijke kolonie kunnen worden. Maar zooals thans de zaken staan, laten de Armeni?rs liever hun koren op het veld verrotten, zooals somtijds gebeurt, door den al te grooten overvloed, dan de handen uit de mouw te steken.
Zonder spoorwegen is geen uitvoer van graan mogelijk; op elken Hectoliter haver, die van Erzeroem naar Trebizonde wordt vervoerd, zouden vier gulden vervoerkosten komen. Alleen het Araxe-dal heeft een verbinding met Transkaukasi?. Het Oosten en Zuiden kunnen met hun producten nergens een heenkomen vinden.
Het land wordt bebouwd op een wijze, die reeds in het oude Assyri? moet in zwang geweest zijn, en met uiterst primitieve werktuigen. Groote provincies verbouwen niet anders dan tarwe, gerst, gras en klaver. Om de drie jaren laat men het land braak liggen. Kunstmatige bemesting is onbekend; de gedroogde koemest dient als brandstof, en geen enkel eigenaar zal ooit een werk over landbouwkunde opslaan, om gewaar te worden, hoe hij den bodem zou kunnen verbeteren, of welk voortbrengsel voor een bepaalden grond het best geschikt is. Gedeeltelijk uit geldgebrek; maar meer nog uit gemis aan ondernemingsgeest denkt niemand eraan, voor den veldarbeid machines aan te schaffen, of zelfs een ploeg op wielen te gebruiken.
Men bedient zich voor het ploegen van een boomstam, die door ossen wordt voortgetrokken, en aan welks uiteind een kromme haak, met een scherpe ijzeren punt, is bevestigd. Alleen in het Westen, in de buurt der spoorweglijnen, die loopen
Continue reading on your phone by scaning this QR Code

 / 55
Tip: The current page has been bookmarked automatically. If you wish to continue reading later, just open the Dertz Homepage, and click on the 'continue reading' link at the bottom of the page.