Wat er te zien valt in Armenië | Page 6

Noel Dolens
geheel Armeni? aan Rusland onderworpen is. De Armeni?rs beweren, dat Rusland op alle mogelijke wijzen de verzwakking der turksche grensprovincies in de hand werkt, en met dit doel ook de gruwelen lijdelijk heeft aangezien.
Zich voortzettend naar het Oosten, maar na Erzeroem geen straatweg meer, gaat de weg verder naar Malazguert, Ba?azid en het meer Van; daarna over Kho? naar Perzi?; komt uit te Tebriz en loopt vervolgens in verschillende richtingen naar de perzische hoofdplaatsen. Hij vormde de helft van den grooten handelsweg der oudheid, die langs geheel Klein-Azi? liep. Maar van dit westelijk deel is zeer weinig overgebleven. Slechts op enkele plaatsen ziet men er nog de sporen van. Evenzoo is het gegaan met den tak, die van Tokat naar Mossoel liep over Sivas (Sebaste), Malatia (Melitta), Kharpoet en Diarbekir, hoewel de groote Sultans van den ouden tijd, vooral Moerad, in de 16e eeuw, hier verscheiden prachtige khans (pleisterplaatsen) lieten bouwen, waarvan sommige, schoon thans vervallen en ongebruikt, nog bestaan.
Hoe zou een land tot welvaart kunnen geraken, waar alles op den rug van lastdieren moet worden vervoerd? Alleen de bovengenoemde wegen zijn door voertuigen berijdbaar, die zeer zelden gebruikt worden; omdat zij duur zijn, en niemand in snelheid eenig voordeel ziet.
Die snelheid is dan ook bovendien niet noemenswaard.
Een span paarden moet den geheelen afstand afleggen; zes dagen hebben zij noodig voor de 340 kilometer van den straatweg, en acht of tien, als het dooiweder is.
Des winters valt aan reizen niet te denken tusschen November en April. Men heeft wel plannen gemaakt, om pleisterplaatsen op te richten, waar andere paarden zouden zijn te krijgen, om zoodoende den weg in twee of drie dagen te laten afleggen, waardoor een gedeelte der perzische handelswaren weder langs dezen weg zou worden vervoerd; maar daar uit Europa geen hulp was te verwachten, bleven de inwoners werkeloos.
Men bedient zich, hoewel dit vervoermiddel nog tweemaal zooveel tijd vereischt, van arabas, kleine logge, krakende karretjes, op dichte wielen, die door ossen wordt getrokken.
Het is een zonderling gezicht, die kleine lompe voertuigjes, vooral wanneer daarin een zestal armenische vrouwen zijn gezeten, in europeesche kleederdracht. De weg wordt druk begaan door de vele lastdieren, ezels, muilezels, paarden en vooral kameelen. Het is voor den vreemdeling altoos een merkwaardig schouwspel, deze wanstaltige, maar sterkgebouwde dieren in lange rijen te zien voorbij trekken, beladen met bergen van pakkisten, en met hun bengelende klokjes aan den hals. Zij worden goed verzorgd; zelfs op de rustplaatsen, waar zij gedrenkt worden, nadat hun last in een der khans is nedergelegd, worden hun de dekkleeden niet afgenomen. De aanvoerder van den kameelen-optocht prijkt met een prachtig soort tuig van bontgekleurde wol, versierd met witte schelpen en kleine spiegeltjes. Trotsch houdt hij zijn kop met de roode en blauwe vederbossen omhoog geheven, treedt voorzichtig langs het smalle spoor, dat door menschen schijnt gebaand, en weet met zekeren stap alle oneffenheden van den bodem te vermijden.
Zij zijn de eenige dieren, die midden in den winter deze tochten blijven volhouden. Dan komen zij, met hun ruige, wit berijpte vacht, als spoken in de verte opdagen, en ijskegels hangen als een franje aan hun langen hals, daar hun adem bevriest in de ijskoude lucht. Geen wonder, dat met zulke onvoldoende hulpmiddelen de zaken niet bijster vlot gaan. Feitelijk is Armeni? een dood land. Maar het zou kunnen leven, en in de inwoners schuilt genoeg kracht om het te doen herleven, wanneer daartoe slechts van buitenaf de stoot werd gegeven.
Christenen zoowel als Mohammedanen zijn hier traag en onverschillig, maar vasthoudend, geduldig en taai, als hun kameelen en hun arabas. Noch godsdienst, noch rassenverschil maakt tusschen hen veel onderscheid. Ze hebben allen dezelfde gebreken en dezelfde goede hoedanigheden; alleen in de steden wint de Armeni?r het van den Turk, echter niet door zedelijk overwicht, zooals later zal blijken. Buiten, op het land, levend in dezelfde omstandigheden, en denzelfden arbeid verrichtend, gaan zij broederlijk met elkander om. Men kan dit het best beoordeelen, wanneer men, zooals ik, deze regels heeft geschreven, ten aanschouwe van verbaasde Armeni?rs, Turken en Kurden, inwoners van ����n dorp, die eendrachtig mijn photographie?n kwamen bewonderen, en een vriendschappelijk praatje maken. Zij dragen allen dezelfde kleeding, spreken hetzelfde turksche dialect, wijden zich met denzelfden bedaarden ijver aan het inhalen van den oogst, en zien met dezelfde onverschillige gelatenheid den winter tegemoet. Den vreemdeling beschouwen allen met een mengeling van welwillende nieuwsgierigheid en wantrouwen. Zij zouden het wel gaarne evenver hebben gebracht als hij; maar 't moet hun geen moeite kosten. Ze zijn bang, dat wij hun land komen bederven met onze nieuwerwetsche uitvindingen; zij willen veel liever blijven voortleven in den ouden zorgeloozen sleur. Als men hun voorstelt, verbeteringen aan te brengen in hun wijze van het land te bebouwen, zeggen zij: "God--of Allah--heeft de aarde zoo geschapen. Wij kunnen daaraan niets veranderen".
Tenzij zij van bevriende zijde nu en dan
Continue reading on your phone by scaning this QR Code

 / 55
Tip: The current page has been bookmarked automatically. If you wish to continue reading later, just open the Dertz Homepage, and click on the 'continue reading' link at the bottom of the page.