dat echter altijd geweest. Het is een zoutwaterplas, en visch wordt er slechts gevonden in de buurt van de mondingen der rivieren, die zich erin uitstorten, en waarvan het water, door een zonderling verschijnsel, bovendrijft, aan de oppervlakte van het brakke water van het meer. Men heeft opgemerkt, dat de hoogte van den waterspiegel aan verandering onderhevig is, en rijst of daalt, zonder dat men de oorzaak hiervan kan verklaren.
Het wordt weinig bevaren; want de meeste reizigers zijn er niet op gesteld, zich te wagen in de lompe zeilbooten, en trekken liever te paard het meer om. Als de wind gunstig is, kan men het meer in een dag oversteken; maar dikwijls gaat een week voorbij, zonder dat er een koeltje aan de lucht is, terwijl somtijds heftige stormen opsteken, waartegen de booten niet bestand zijn.
't Is het best, den noordelijken weg naar Van te kiezen.
Daar ziet men voor het eerst na het liefelijk gelegen vilayet Trebizonde weer een plekje groen. De geheele streek, en de bergen in den omtrek, zijn kaal en woest; maar de tuinen, die de oude stad Van omringen, en waarheen zich elken dag de bewoners begeven om hun groenten en vruchten te kweeken, zijn verrukkelijk gelegen, in de schaduw hunner vruchtboomen, en Turken en Armeni?rs arbeiden daar samen in broederlijke eendracht. Hier bevindt men zich dan ook in een gematigde luchtstreek, die naar het Zuiden bijna tropisch warm wordt, doch in het Westen en Noorden grenst deze streek aan de hoogvlakte, waar een continentaal klimaat heerscht.
Land- en tuinbouw zouden hier nog veel grootere resultaten leveren, als zij, die ze beoefenen, meer vooruitstrevend waren gezind. Waarschijnlijk is deze streek vroeger bedekt geweest met bosschen; maar rondom het meer Van zijn deze thans geheel verdwenen. In Kurdistan ziet men echter nog prachtige alleenstaande noteboomen. Keghi, op de hellingen van den Dersim gelegen, is de boschrijkste plek van Armeni?; maar in de meer naar het Zuiden gelegen zeer vruchtbare streken van Malatia, Kharpoet, en Diarbekir zijn slechts enkele tuinen, waarin moerbezi?n en wingert groeien. In het Westen treft men in het vilayet Sivas, vooral naar de zijde van Tokat, uitgestrekte bosschen aan. In de dalen van den Tschorokh en den Tortoem zijn de bosschen te hoog gelegen, om geveld te kunnen worden, daar de ossen die steile hoogten niet kunnen beklimmen. Ook de hellingen van Azort en Nariman ten Oosten van Tortoem, op de russische grens, blijven dichtbegroeid, omdat men niet over de noodige middelen beschikt, om het hout te kappen. Op de hoogvlakte zelf zijn alleen in de omstreken van Erzindjan nog bosschen te vinden. Hier heeft men dan ook niet zooveel brandhout noodig, daar deze streek door klimaat en vruchtbaarheid nog als tot de gematigde luchtstreek behoorende kan beschouwd worden. Maar overal, waar het klimaat het verbruik van groote hoeveelheden brandstoffen noodzakelijk maakt, is geen hout meer te vinden. Het moet van veraf gelegen plaatsen worden aangevoerd, en is daardoor zeer kostbaar. Tot de dunste eikenstammetjes worden met wortel en al uitgegraven, en zoodoende breidt deze verwoesting zich over een steeds toenemende oppervlakte uit. Deze onnadenkende handelwijze, die zulke nadeelige gevolgen na zich sleept, en niet eens gerechtvaardigd is, daar overal kolen worden gevonden, vloeit voort uit de zeer hevige koude, die op de hooger gelegen plaatsen heerscht gedurende meer dan zes maanden in het jaar. De bewoners loopen daar voortdurend gevaar, van koude om te komen. In 1903 daalde de thermometer te Erzeroem tot 39�� onder nul en 's winters heeft men daar dikwijls weken en maanden achtereen een temperatuur van 15��-25�� onder nul. Zelfs in de gematigde luchtstreek doet zich de onmiddellijke nabijheid van dat continentaal klimaat gevoelen, al naar de hoogte, waarop de verschillende plaatsen zijn gelegen. Zoo ligt bijvoorbeeld te Bitlis de sneeuw op de bergen, in de stad, en de vallei dikwijls vijf meter hoog; maar de koude is er toch veel minder hevig en de winter minder lang, dan in het midden van het land. De streek tusschen Ba?azid en Sivas zou men een tweede Siberi? kunnen noemen. Het reizen te paard is er uiterst moeilijk, en als men er door een sneeuwstorm wordt overvallen, gaat men een wissen dood tegemoet. Toch is hier een weg gebaand, waarlangs de gemakkelijk glijdende sleden geregeld het verkeer onderhouden, terwijl tusschen Mouch en Bitlis de sneeuw zoo hoog ligt, dat hier slechts kleine sleden, door ����n man getrokken, in gebruik zijn; paarden zouden daar wegzinken. Dat klimaat is een ramp van Armeni?, en het zou slechts kunnen worden bestreden met alle hulpmiddelen, die der beschaving ten dienste staan.
Gedurende de grootste helft van het jaar zijn de boeren zonder werk en genieten hun kief (zalige rust, afgewisseld door ruzie en vechtpartijen) in het hoekje van den haard, verzameld rondom den tonir (een in den grond gemetseld en oven) onder een wijde schouw, waarin tesek

Continue reading on your phone by scaning this QR Code
Tip: The current page has been bookmarked automatically. If you wish to continue reading later, just open the
Dertz Homepage, and click on the 'continue reading' link at the bottom of the page.