Tolstois leven | Page 2

Pavel Ivanovich Biroekoff

dat de behandelde persoon nog leeft, daar iedere tegenspraak die men
ontmoet (door vergelijking met de getuigenissen uit andere bronnen)
misschien kan worden opgehelderd door de persoon zelf, zoodat de
feiten nu gegeven worden in hunne volle waarde.
De voorbereidende werkzaamheden bestonden in 't verzamelen der
stof.
Deze stof nu splitste ik in vier deelen.

In de eerste afdeeling bracht ik:
Auto-biographische aanteekeningen van Leo Tolstoi, zijne brieven
gericht tot verschillende personen, en een uittreksel uit zijn dagboek.
In de tweede afdeeling: verschillende herinneringen en biographische
schetsjes van menschen, die Tolstoi van zeer nabij kenden, van zijne
bloedverwanten, zijne vrienden, enz., personen dus, die men ieder op
zichzelf kan vertrouwen. Aan deze tweede afdeeling voegde ik nog toe
verschillende officiëele gegevens, als: dienstbrieven, stadhuispapieren,
brieven van schoolbesturen, copie van gerechtelijke en administratieve
zaken, enz. enz.
In de derde afdeeling nam ik opstellen over Leo Tolstoi op, verkregen
uit andere bronnen, doch ook geschriften van hem zelf. Men moet
echter voorzichtig zijn met het gebruiken hiervan, daar werkelijke
feiten allicht zijn saamgeweven met des kunstenaars phantasie.
Ten slotte in de vierde afdeeling:
Kleine artikels, en ook opmerkingen van schrijvers, die niet ons volle
vertrouwen verdienen, maar die toch eene betrekkelijke waarde kunnen
hebben, ter aanvulling daar, waar andere bronnen te kort schoten. De
vermelding van de namen dier schrijvers acht ik overbodig.
De buitenlandsche literatuur is zeer arm aan biographische gegevens
aangaande Tolstoi, vooral wat betreft zijne eerste levensjaren. Daarom
heb ik deze bronnen niet afzonderlijk vermeld. [1]
Nadat ik de eerste schrede gedaan had, reeds bij 't schiften van 't
verkregen materiaal, voelde ik dat het noodzakelijk was mij met Tolstoi
zelf in verbinding te stellen, daar ik op vele duistere punten stootte, die
alleen hij kon ophelderen. Ik heb lang overwogen of het resultaat van
den arbeid het zou rechtvaardigen, dat ik hem zooveel moeite
veroorzaakte. Evenwel, wetende dat hij een' kunstenaar nog nooit
geweigerd had eene buste naar hem te modelleeren of een portret van
hem te schilderen, noch den amateur-photografen eene opname te doen
(hoewel het hemzelf geen genoegen verschaft), besloot ook ik hem te

vragen voor mij te willen poseeren, ter verkrijging van zijn beeld door
woord en taal. Ook nu weer ontving ik een gunstig antwoord,
neergelegd in het volgend citaat van den aan mij gerichten brief van
den 2den December 1901:
"Zeer gaarne zal ik voor u poseeren en de vragen naar volgorde
beantwoorden."
Een gewichtige dienst bewees mij mijn vriend W. Gr. Tschjerkoff, door
het voor mij openstellen van zijn rijk archief, bevattende eene
persoonlijke correspondentie van Tolstoi en een uittreksel uit zijn
dagboek.
De onaangename zijde van mijn werk bestond hierin, dat ik, krachtens
eene onhebbelijke verordening uit Rusland verbannen [2], niet in staat
was mij persoonlijk in verbinding te stellen met den man over wien ik
ging schrijven. Ook werd ik daardoor verhinderd te werken in
Russische openbare bibliotheken en archieven. Deze hinderpalen
belemmerden mijn arbeid aanmerkelijk en zij konden, hoewel niet ten
volle, slechts door mij worden overwonnen door de vriendelijkheid van
eenige bezitters van Russische particuliere bibliotheken en de rijk
voorziene Russische afdeeling in 't Britsch Museum. Ik deed daarvoor
wat in mijn vermogen was; zelfs zond ik een smeekschrift aan den
Russischen minister van binnenlandsche zaken, ten einde toestemming
te verkrijgen, om twee maanden in Rusland te mogen doorbrengen,
doch ontving eene onvoorwaardelijke afwijzing. En wat nu mijn werk
betreft, zal de lezer in het eerste deel wetenswaardigheden vinden, die
voor hem beslist nieuw zijn, herinneringen uit Tolstoi's jeugd, van zijne
familie, een groot aantal brieven en een uittreksel uit zijn dagboek.
Om te doen zien, hoeveel moeite het kostte om Tolstoi over te halen
zijne herinneringen neer te schrijven, laat ik hier een uittreksel uit
mijne correspondentie met hem over dat onderwerp volgen.
Herhaalde malen schreef ik hem en zijne bloedverwanten om mij
eenige aanteekeningen te zenden over zijne kinderjaren, al waren het
maar door hem gedane mondelinge vertellinkjes. Eindelijk kreeg ik
daarop het volgende antwoord:

".... Hoe graag ik ook wilde, dacht ik eerst u niet te kunnen helpen. Ik
vreesde de onoprechtheid, eigen aan iedere auto-biographie, maar nu
geloof ik den vorm gevonden te hebben, waarin ik aan uw wensch kan
voldoen, door u de hoofdtrekken te geven der verschillende elkander
opvolgende perioden in mijn leven: die uit mijne kinderjaren, mijne
jongelingsjaren en uit den tijd, toen ik volwassen was. Zoodra ik er toe
in staat zal zijn, zal ik er eenige uren aan wijden, en trachten het op die
wijze te doen."
In een der volgende brieven schrijft hij mij:
".... Mijne belofte om eenige van mijne herinneringen voor u op te
teekenen, vreesde ik niet te kunnen nakomen. Ik heb er over nagedacht,
en zag, hoe moeilijk het is Scylla en Charybdis te vermijden, d.w.z.
eenerzijds de klip van den eigenlof, door alleen het goede te
Continue reading on your phone by scaning this QR Code

 / 163
Tip: The current page has been bookmarked automatically. If you wish to continue reading later, just open the Dertz Homepage, and click on the 'continue reading' link at the bottom of the page.