Zuid-Tirol | Page 2

G. Bosch
ten behoeve van een paar boerderijen hoogerop tegen de berghelling gelegen. Het gezelschap sloeg rechtsaf naar de Pragser Wildsee, en ik ging recht door; de streek was liefelijk, maar onderscheidde zich in niets van eene prettige bergpartij overal elders. Ik liet het dorpje Alt-Prags links liggen, had nog een aardig kijkje op de badgebouwen daar, en bereikte tegen den middag het hotel Br��ckele, waar tevens de straatweg ophoudt; een aangenaam oord om wat te rusten en zich te versterken. Na een stevige wandeling door een fraai mastbosch, met prachtige uitzichten achterwaarts op den Schwalbenkofel en den Daunkofel, zag ik links den dolomietberg, den D��rrenstein zich verheffen, niet te miskennen tusschen de andere bergruggen. Daar waren nu die hoekige lijnen, met hier en daar alleenstaande torens; de geheele helling was kaal en licht gekleurd onder de felle zon. Op het bosch volgden golvende weidevelden en aan 't einde daarvan eene kleine bergvlakte, waarop een fraai gebouwd hotel, dat tot verpoozen uitlokte.
Het hotel was rijk en smaakvol, geheel als zomerhuis ingericht, en bood den gasten alle denkbare gemakken aan. Het bergpanorama was heerlijk mooi: de hooge toppen hadden allen nog sneeuw en glinsterden in volle pracht onder eene felle belichting. Verder gaande had ik eerst het gezicht op den Cadini; toen kwam de fraaie massa van den Monte Cristallo te voorschijn, en al dat fraais en al die prachtige lijnen werden op eens ondervangen door een leelijken, vormloozen sta in den weg,--een sperfort; allerlei borden wijzen aan, dat men er niet op mag, dat men niet teekenen en niet fotografeeren mag; van tijd tot tijd komt men een soldaat tegen, dien de verveling op het gezicht staat te lezen, en ofschoon men er verder niets mede te maken heeft, is het toch eene opluchting als het ding achter den rug is. Het pad kronkelt nu weder door dichte bosschen steil omlaag tot Schluderbach. Het was avond toen ik er aankwam, en na het eten moest ik mijn avondwandeling spoedig afbreken om de koude; toch was er geen wind en de lucht was helder.
Schluderbach ligt in eene verrukkelijke bergkom, tegenover het dal Popena; in de verte boven dat dal ziet men weer de Cadinigroep, nog heerlijk door de laatste zonnestralen verlicht; rechts wordt het dal bewaakt door de geweldige kalkrotsen van de Hohe Gaisl en links door den Cristallin. Pl?ner's Hotel te Schluderbach is misschien niet beter dan de drie anderen, maar maakte eene aangename uitzondering op den regel. In afwijking van de andere weelde-hotels, was men er even voorkomend voor den voetreiziger als voor de famili?n die per auto kwamen aangestoven.
Den volgenden morgen werd de reis we��r vroeg aanvaard. Des nachts was de lucht sterk betrokken geworden en er viel vocht. De weg kronkelde langzaam in het dal Popenabassa omhoog, eene boschrijke streek met van tijd tot tijd trotsche berggezichten. Al spoedig is men de grenzen over en in Itali?; een paar grenspalen en een schilderhuisje, dat als douanekantoor dienst heette te doen, wezen aan dat men een anderen bodem betrad; de grenswachters waren in eene bijna uitgedroogde beek aan 't visschen en riepen mij uit de verte wat toe; ik groette hen met vriendelijk handgebaar en kon ongestoord doorgaan.
Achterwaarts heeft men geruimen tijd een prachtig uitzicht op de bergen van Schluderbach; vooruit is het even mooi: links de Monte Pian, rechts de heerlijke Cristallin; men komt in groote weide vlakten en gaat eindelijk steil naar boven naar den Col de Sant Angelo, die weinig engelachtigs heeft behalve zijn naam. De weg slingert nu eenigen tijd door lage moerasachtige grasvelden in eene verbreeding van het dal; 't ziet er bijna somber uit. Er vertoonen zich enkele huizen, tot men op eens, om den hoek van een dier gebouwen, voor het vriendelijke meer der Missurina komt. Heerlijk uitzicht daar op die kalme watervlakte; aan drie kanten donkere en begroeide bergen; in het Noord-Oosten ziet men de Drei-Zinnen, een wonderlijke bergformatie, die ik reeds van het terras van het D��rrensteinhotel had waargenomen; die drie rotsgevaarten verheffen zich daar zelfstandig uit het bergvlak omhoog, als versterkte torens; aan hun voet ligt meestal sneeuw opgewaaid, waardoor zij nog donkerder tegen de lucht afsteken. Oostelijk van het meer de Cadini, zuidwaarts de Marmarole, de Antilao en de Sorapis. Vooral deze laatste berggroep maakte een heerlijken indruk. Licht van kleur, soms zich tegen de lucht verliezend; los van lijnen en toch zich statig verheffend en rots op rots stapelend, vormt zij den schoonsten achtergrond voor het meer, zich helder spiegelend in het donkere water.
Om het meer staan eenige hotels en herbergen, die hoe gewenscht ook voor de zomergasten, in staat zouden zijn om den indruk van het fraaie landschap te bederven, indien de Sorapis niet den boventoon behield. Wat zou dat landschap met het meer der Missurina mooi zijn, als er niet van die blufferige dingen omheen stonden!
Het
Continue reading on your phone by scaning this QR Code

 / 19
Tip: The current page has been bookmarked automatically. If you wish to continue reading later, just open the Dertz Homepage, and click on the 'continue reading' link at the bottom of the page.