Het moderne Egypte: Wat er te zien en te hooren valt tusschen Kaïro en Faschoda | Page 9

A. B. de Guerville
zijn blauw flanellen vest hield.
"Blij, u weer te zien in mijn echt home!"
En mij medenemend naar den salon, waar we op een groote sofa plaats namen, voegde Z.H. erbij: "Want zooals u weet, woon ik hier, niet in Ka?ro. Het Abdinepaleis dient alleen voor offici?ele recepties; daar heb ik nooit gelogeerd. Zelfs na mijn groot jaarlijksch bal kom ik midden in den nacht altijd hier terug. Ik houd veel van buiten, en hier vind op een paar pas afstands van de stad en de ministeries rust en kalmte, zonder ��tiquette en offici?ele pose. Hier leid ik het leven van een landedelman."
Op een tafel onder zijn bereik lag een groot plan van de bezitting, en daarop werd mij de toer aangewezen, die wij gingen maken. In een zeer wijden kring behooren alle gronden aan den khedive, die op eenigen afstand, aan de oevers van het Isma?liakanaal een andere prachtige bezitting heeft. Het was zijn droom geweest, die met het domein van Koebbeh samen te voegen; maar de waarde der terreinen is zoo toegenomen, en dat wel zoo ongeloofelijk snel, dat het onmogelijk is geworden.
"Die gronden," legde Z. H. uit, "zijn de beste van Egypte. Ik heb de mijne gekocht eenige jaren geleden voor 759 francs de feddan; tegenwoordig kan ik geen feddan krijgen van de aangrenzende onder 5000 francs. Een feddan is ongeveer 4000 vierkante meters.
"U heeft zeker wel opgemerkt," vervolgde de khedive, "dat er in Egypte noch oude paleizen, noch burchten en kasteelen zijn, met uitzondering altijd van het offici?ele Abdinepaleis in Ka?ro, en ik zou u niet kunnen spreken over de woningen van mijn voorvaderen. Inderdaad wilde het gebruik, dat de paleizen, gedurende hun leven door mijn voorvaderen bewoond, altijd buiten gelegen, na hun dood werden verwoest. Deze bezitting is de eenige, die bewoond is geweest sinds den tijd van Ibrahim pacha, maar het was maar een klein huis. Ik heb het groote paleis laten oprichten, dat ge hier thans ziet en alle bijgebouwen, die ik u ga toonen."
Van boven van de stoep af zag ik den tuin onderstboven gehaald, met groote gaten, hoopen steenen en een honderdtal mannen bezig met houweelen en spaden.
"Ik laat mijn geheelen tuin omwerken," legde de khedive uit, "en ik heb daartoe een groot meester in de tuinkunst laten overkomen, den heer Andr�� uit Parijs, die reeds als zoodanig groote bekendheid heeft verkregen."
Beneden aan de trap wachtte ons een bekoorlijk mandenwagentje, overdekt door een grooten parasol, en bespannen met twee verrukkelijke pony's. Zijne Hoogheid greep de teugels en ik nam naast haar plaats, en, vergezeld door een enkelen groom, die achterop zat, reden we weg in vluggen draf.
Wij volgden een lange, schaduwrijke laan van oude boomen, aan welker eind een kleine moskee lag, welker witte minaret sierlijk tegen den blauwen hemel afstak. Wij traden een mooien tuin binnen, en zagen daar middenin een allerliefst huis met een vroolijk en vriendelijk voorkomen.
"Ik breng u," zei de vorst, "naar de bijzondere school, die ik heb gesticht en waar ik gratis een tweehonderdtal kinderen laat opvoeden. De leertijd duurt vijf jaren, en als ze de school verlaten, verzeker ik hun dadelijk een positie bij het een of andere van mijn eigendommen. In een paar woorden ik vorm hier de beambten en dienaren, die ik noodig heb."
Nooit heb ik een school gezien, die zoo frisch en luchtig was ingericht, en zoo vroolijk en zonnig was gelegen. Het was eenvoudig verrukkelijk. De licht geschilderde wanden waren bedekt met schilderijen en teekeningen, en lucht en licht drongen binnen door verbazend groote open vensters. In de eerste en de tweede klasse dragen de kinderen, allen met de fez op het hoofd, witte, egyptische kleederen, terwijl in de drie andere klassen de reeds veel grooter scholieren uniformen hadden van wit linnen met vergulde knoopen.
Alles zag er zoo smakelijk en netjes uit, dat men die jongens zou gaan benijden. Ze zien er trouwens ook recht tevreden en intelligent uit.
Het leerplan is er speciaal op ingericht, goede landbouwers te vormen en opzichters. Er wordt natuurlijk lezen, schrijven en rekenen geleerd, dan gezondheidsleer van mensch en dier, landmeten en dergelijke vakken.
Het interessante ondernemen strekt Zijn Hoogheid tot eer en is ook een glorie voor de leeraars, die er blijkbaar op gesteld zijn, het khediviale werk te doen slagen.
Toen we weer in het rijtuigje zaten, bezochten we achtereenvolgens de groote d��pots voor den katoenoogst en de havenschuren, de archieven der bezitting, den brandweerpost en eindelijk in ponygalop de groote paardenstoeterijen, waar een tallooze menigte paarden worden opgevoed, waaronder ik prachtige, jonge dieren van zuiver arabisch bloed zag.
Verderop liepen in de groene velden veel mooie, zwitsersche koeien en beesten van Jersey evenals ghamoesahs, inlandsche runderen, die men hier haast niet zou herkennen, als men zich de magere, stumperige ghamoesahs herinnert van arme boeren.
Toen wij de Koebbehbezitting verlieten, ging een gendarme te paard voor ons uit, en zoo

 / 46
Tip: The current page has been bookmarked automatically. If you wish to continue reading later, just open the Dertz Homepage, and click on the 'continue reading' link at the bottom of the page.