in Egypte speelde, moest hem natuurlijk de tegenwoordigheid van een vreemd leger in zijn vaderland hinderen, en zoo kwam hij er dan ook terug met een hart vol vrees.
Lieden uit zijn omgeving en meer of minder offici?ele vreemdelingen maakten van deze stemming gebruik, om den jongen en toen nog onervaren vorst te drijven tot een openlijke breuk met Engeland, door hem te verzekeren, dat op den dag van den strijd de fransche bajonnetten en de russische Kozakken achter hem zouden staan.
Dapper en vol zelfbeheersching, wees hij den Engelschen op een goeden dag de deur; toen omziend, om te zien, wie hem volgden, vond hij een ledig... Diegenen zelfs, die hem geraden hadden, hielden zich lafhartig schuil op het oogenblik van den strijd.
In 1878 had Engeland v����r de poorten van Konstantinopel aan Rusland een "Halt!" toegeroepen, en het groote keizerrijk had geen schrede verder gedaan.
Twintig jaren later te Faschoda riep Engeland Frankrijk een "Achterwaarts!" toe, en de rijke en machtige Republiek moest wijken voor de keizerin der zee?n...
Zoo ook antwoordden de Engelschen op de afwerende beweging van den khedive: "Wij zijn de sterksten en wij zullen blijven!" En Egypte, dat nog zwak was op dat oogenblik, moest zich schikken.
Het is waar, dat Engeland den goeden smaak had, erbij te voegen: "Wij wenschen slechts uw belang; wij erkennen uw souvereiniteit en wij willen niets anders dan u helpen met al onze krachten, om uw land een herleving te doen ondergaan." Het was een harde slag, maar hij had voor Zijne Hoogheid meer waarde dan tien jaren van levenservaring. De jonge vorst kende van dien tijd af de waarde van de vriendschap, de zwakheid van zijn eigen land en wat hijzelf vermocht.
Hij nam in het administratieve den raad van Engeland aan, maar bewaarde al zijn vorstelijke prerogatieven en wist ze te doen eerbiedigen. In den aanvang weigerde hij de hem toegestoken hand aan te nemen, want hij wilde, eer hij den Engelschen zijn vertrouwen schonk, hen aan het werk zien, zoodat de betrekkingen koel, offici?el en uit de hoogte waren.
Met buitengewone wilskracht begon hij studie te maken van de behoeften van zijn land, en langzamerhand begon hij te bemerken, dat Engeland woord hield en dat er eerlijk en trouw voor het wezenlijk belang van Egypte werd gewerkt.
Toen, maar ook toen eerst, aanvaardde hij het verdrag en in het jaar van de toenadering tusschen Frankrijk en Engeland bracht Zijne Hoogheid een vriendschapsbezoek aan koning Eduard en werd in Londen gevierd en ge?erd.
In den loop der vele gesprekken, die ik met den khedive heb mogen voeren, heeft hij mij zelf verzekerd, dat zijn betrekkingen met Engeland en de staatssecretarissen en andere raadgevers en ambtenaren van engelschen landaard uitstekend zijn, dat er van zijn kant, noch van dien der egyptische ministers eenige wensch bestaat, om het beschavingswerk op eenige wijze te hinderen en dat zij allen van ganscher harte aan de opleving van Egypte meewerken.
In het kort, ik kan verklaren, dat Zijne Hoogheid tevreden is over den tegenwoordigen staat van zaken, en zoolang Egypte niet een graad van beschaving heeft bereikt en niet machtig genoeg is geworden, om in alles op eigen wieken te drijven, geeft hij er verre de voorkeur aan, op Engeland te steunen en gebruik te maken van de lessen en raadgevingen der bekwaamste kolonisators ter wereld dan een steun te zoeken bij andere mogendheden.
Maar dit belet Abbas Hilmi niet, voor sommige van die mogendheden een oprechte vriendschap te gevoelen en een groote bewondering. Zijne Hoogheid heeft voor Frankrijk een voorkeur, die hij zeer beslist aan den dag legt, en elk jaar komt hij zijn vacantie te Divonne doorbrengen, waar hij dan rustig leeft als een gewoon, eenvoudig, deftig reiziger.
De volksfantazie, die ervan houdt, zich den khedive voor te stellen als wonend in een weelderig paleis, zijn dagen slijtend op gemakkelijke sofa's en divans tusschen zachte kussens, omringd door de vrouwen van zijn harem, terwijl hij lekkernijen eet en een narghileh rookt, die volksverbeelding zou zeer verrast wezen, als ze bespeurde, wat inderdaad een feit is, dat de khedive de man is, die het van alle Egyptenaren het drukst heeft. Men zou bijna geen gevulder en beziger leven kunnen leiden. Zijn offici?ele plichten, het bestudeeren van wetten, het onderteekenen van besluiten, het presideeren van ministersvergaderingen, het verleenen van audi?nties, het houden van recepties, het bijwonen van parades, al die bezigheden van een souverein zouden voor velen reeds een zware taak zijn. En toch vindt Z.H. buiten dat alles den tijd nog in het groot aan landbouw en veeteelt te doen, zijn grondbezit steeds uit te breiden, heele wijken te laten bouwen bij steden en dorpen in het open land, reuzenuitgestrektheden vruchtbaar te laten maken ter ontginning, en zijn groote goederen te doorreizen per spoor, met zijn jacht, in een dahabieh, per rijtuig, per automobiel, te paard of op een kameel en dan nog,

Continue reading on your phone by scaning this QR Code
Tip: The current page has been bookmarked automatically. If you wish to continue reading later, just open the
Dertz Homepage, and click on the 'continue reading' link at the bottom of the page.