Schetsen uit de Indische Vorstenlanden

Louis Rousselet
貜
Schetsen uit de Indische Vorstenlanden, by

Louis Rousselet This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at www.gutenberg.org
Title: Schetsen uit de Indische Vorstenlanden De Aarde en haar volken, 1873
Author: Louis Rousselet
Release Date: April 1, 2006 [EBook #18098]
Language: Dutch
Character set encoding: ISO-8859-1
*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SCHETSEN UIT DE INDISCHE ***

Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net/

SCHETSEN UIT DE INDISCHE VORSTENLANDEN.
Op het eiland Java bestaan--het zal niemand onder onze lezers onbekend zijn--nog twee zoogenoemd zelfstandige staten: het keizerrijk van Solo of Soerakarta, de ru?ne van het eenmaal zoo machtige rijk van Mataram; en het rijk van Djokjokarta. De landstreken aan het gezag van den Soesoehoenan of keizer van Soerakarta en den sultan van Djokjokarta onderworpen, worden met den naam van Vorstenlanden aangeduid, ter onderscheiding van de gewesten, die rechtstreeks onder het bestuur der nederlandsche regeering staan. Toch is de onafhankelijkheid dezer beide inlandsche staten inderdaad niet veel meer dan een schijnbeeld: de keizer en de sultan zijn niet anders dan vasallen van het nederlandsche gouvernement, dat aan hun hof door een resident vertegenwoordigd wordt, zonder wiens goedvinden de bijkans machtelooze heerschers, hoe ook met alle uiterlijke teekenen en huldebetooningen der souvereiniteit omringd, niet veel vermogen. Soortgelijke toestanden bestaan ook, en op grooter schaal en in rijker afwisseling, in het reusachtige britsch-indische rijk, dat metterdaad geheel Hindostan met een deel van Achter-Indi? omvat. Ook dit bijkans onmetelijke gebied is niet geheel aan de onmiddellijke heerschappij van den engelschen landvoogd onderworpen: uitgestrekte landen, koninkrijken en vorstendommen, hebben tot dus ver nog eene zekere mate van onafhankelijkheid en zelfstandigheid weten te bewaren, en worden nog altijd door hunne eigene Vorsten geregeerd; schoon al deze Vorsten, in meerdere of mindere mate, aan de opperhoogheid der britsche kroon zijn onderworpen, of althans door verdragen zoogenaamd tot bondgenooten, inderdaad tot vasallen, van Engeland zijn gemaakt. Het zijn deze landen, koninkrijken en vorstendommen, die wij met den naam van indische Vorstenlanden wenschen aan te duiden: een naam, gewettigd door de gelijkheid van toestand hier met dien op het eiland Java.
Nog onlangs hebben wij den franschen reiziger L. Rousselet vergezeld bij zijn bezoek aan het hof van een dezer inlandsche Vorsten, den Guikowar of koning van Goezerate, die te Baroda zijn zetel heeft. [1] Wij waren daar getuigen van de eigenaardige gebruiken en de schitterende weelde van een indisch hof; en hadden tevens gelegenheid, zij het ook slechts van ter zijde, een blik te werpen op de innerlijke toestanden des lands en de regeering van den Rajah. Wij durven vertrouwen dat het verhaal van den heer Rousselet een gunstigen indruk heeft achtergelaten, zoodat het voorstel om hem ook op zijn verderen tocht door de indische vorstenlanden te vergezellen, onzen lezers niet onwelkom zal zijn.

I.
Van Baroda begaf ik mij naar Ahmedabad, de aloude hoofdstad der sultans, eene der prachtigste steden van het Oosten. Wij kwamen daar den 5den December aan, en namen onzen intrek in een uitmuntend ingerichte bungalow. Zulk een bungalow is eene voortreffelijke instelling, voor de reizigers van onschatbare waarde. In alle steden, waar het bezoek en verblijf van Europeanen van te weinig beteekenis is, om de partikuliere ondernemingszucht tot het bouwen van hotels uit te lokken, is namelijk van regeeringswege een nette en eenvoudige bungalow, een soort van landhuis of villa, ingericht, waar de reizigers op hun gemak kunnen logeeren, tegen betaling van een roepy per dag. Daar al de vermogende inboorlingen, en ook de meeste Anglo-Indi?rs, op hunne reizen voor het minst door één bediende vergezeld worden, is de peon (kastelein) van de bungalow verplicht, zijne keuken te hunner beschikking te stellen, en hun, tegen een matig gestelden vasten prijs, al de levensmiddelen te bezorgen, waaraan zij behoefte hebben. Zij, die geen kok in hun dienst hebben, kunnen zich door een aan het logement verbonden hofmeester of mess-man, overeenkomstig hun verlangen, hunne maaltijden laten bezorgen; mede volgens een vast tarief, dat in alle kamers is opgehangen.
Ahmedabad werd in 1426 door den Sultan Ahmed-Shah gesticht, op dezelfde plaats, waar vroeger eene oude indische stad had gestaan. Hoogstwaarschijnlijk gebruikte de sultan de puinen van de door hem verwoeste steden Khandravati en Anhilwara-Patan voor den bouw der paleizen en moskee?n van zijne nieuwe hoofdstad, die weldra door den rijkdom en de pracht harer monumenten door geheel het Oosten beroemd zou worden. Want ook de opvolgers van Ahmed-Shah waren met dezelfde liefde voor de schoone kunsten bezield; en daar zij zelf van hindoesche afkomst waren, behielden zij ook voor de heiligdommen hunner nieuwe mohammedaansche eeredienst den eigenaardigen bouwstijl des lands: een stijl, die zich door zijne oorspronkelijkheid en zuiverheid zeer gunstig onderscheidt van den zoogenaamden sarraceenschen stijl, die tegelijk met
Continue reading on your phone by scaning this QR Code

 / 42
Tip: The current page has been bookmarked automatically. If you wish to continue reading later, just open the Dertz Homepage, and click on the 'continue reading' link at the bottom of the page.